Mijn moestuin en ik

Verhalen over mijn moestuin als spiegel voor de wereld binnen en buiten mij.

Zaaien

Het is april — dé tijd om te zaaien.

Zaaien wekt in mij altijd een soort verlangen. Ik vroeg me af wat dat verlangen dan precies is. Ik heb er dagen op gemediteerd, tot ik het kon voelen in plaats van begrijpen.
Het is een diep verlangen om te groeien. Om mezelf te ontwikkelen. Om te worden wie ik in wezen al ben.
Zoals mijn zaden, verborgen in de donkere aarde, hunkeren naar het licht, zo verlangt ook mijn ziel ernaar om te groeien naar het Licht in mij.

Het beeld van een zaadje is in veel spirituele tradities een van de krachtigste metaforen die er bestaat.
Ik vind het verwonderlijk dat zo'n klein zaadje dat zo kwetsbaar en misschien zelfs onbeduidend lijkt, alles in zich draagt om uit te groeien tot iets groots en levends.

Op spiritueel vlak kun je het zaad zien als jouw innerlijke essentie: dat deel van jou dat al compleet is, nog vóór je gevormd wordt door ervaringen, verwachtingen of angsten. Net zoals een zaadje al “weet” wat het zal worden — een boom, een bloem, een plant — zo draag jij ook een soort innerlijk weten in je. Een richting, een potentie, een unieke vorm van zijn.

Een zaadje groeit niet door te forceren, maar door de juiste omstandigheden. Het heeft aarde nodig (gronding), water (voeding), licht (bewustzijn) en tijd. Dat kun je vertalen naar je eigen ontwikkeling:

Aarde (gronding): jezelf accepteren zoals je bent, aanwezig zijn in je lichaam en je leven

Water (voeding): emoties toelaten, relaties, ervaringen die je voeden

Licht (bewustzijn): inzicht, reflectie, groei in bewustzijn

Tijd: vertrouwen dat groei niet lineair is en niet te haasten valt

Een ander belangrijk aspect is dat een zaadje eerst “moet breken” voordat het kan groeien. Die harde buitenkant — de schil — moet open. Spiritueel gezien zijn dat vaak onze overtuigingen, patronen of beschermlagen. Bij het proces van openbreken komt het zachte binnenste van het zaadje bloot te liggen waardoor je je heel kwetsbaar kunt voelen. Maar weet dat dit onderdeel uitmaakt van het transformatieproces, van jouw groei. Vanuit dat zachte binnenste kan iets nieuws geboren worden.
De geboorte van de nieuwe en het sterven van de oude versie van jezelf doet pijn. Vertrouw erop dat dat erbij hoort zoals het zaadje dat alleen kan groeien als de harde schil gebroken is. Het is een heel natuurlijk proces en tegelijkertijd is het ook heel menselijk dat je je tegen die pijn wilt verzetten. Blijf vertrouwen dat alles zich ontvouwt zoals het bedoeld is. Dat alles wat gebeurt, hoe het ook voelt, bijdraagt aan onze groei.

Ook een troostrijke gedachte vind ik dat elk zaadje zijn eigen tempo en vorm heeft. Je hoeft niet te worden zoals iemand anders. Jouw potentie is niet te vergelijken — het is iets wat alleen jij kunt belichamen.

Als je hiermee werkt in je eigen leven, kun je jezelf vragen stellen als:

• Wat in mij wil groeien, maar krijgt nog te weinig ruimte?

• Welke “schil” mag ik loslaten?

• Wat voedt mij echt — en wat niet meer?

Jacqueline van Kester
Zo boven, zo beneden

Alles wat ik zie in mijn moestuin, zie ik terug in mijzelf. Daar gaan de verhalen in deze blog over. Verhalen waarin ik mijzelf spiegel aan de natuur en de natuur aan mij.

Een van de natuurwetten van het universum die hierin doorwerkt is de wet van Overeenstemming. Deze wet wordt ook wel de wet van “zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven” genoemd.

De uitdrukking “zo boven, zo beneden” verwijst naar de overeenkomsten die bestaan tussen de macro- en de microkosmos. Het idee is dat patronen zich op verschillende niveaus van het bestaan herhalen, in het klein én in het groot. Daarmee wordt bedoeld dat processen in de natuur, bewegingen in het universum en innerlijke menselijke processen elkaar spiegelen.

De microkosmos verwijst naar het kleine: de mens, een cel, een zaadje, een gedachte, een persoonlijk levensproces.
De macrokosmos verwijst naar het grote: de natuur, de aarde, kosmische bewegingen, seizoenen en het universum als geheel.

Als we naar de natuur kijken, kunnen we bijvoorbeeld zien dat een zaadje de potentie van een volledige plant in zich draagt. Het heeft tijd, voeding, donkerte, rust, water en licht nodig om te ontkiemen.

We kunnen de menselijke ontwikkeling op dezelfde manier bekijken. Eerst is er een innerlijk verlangen. Daarna volgt een periode van stilte of verwarring, vervolgens groei en uiteindelijk bloei of vrucht dragen.

De natuur als levende spiegel waarin ik mijzelf kan zien.

Deze manier van waarnemen helpt mij bijvoorbeeld om meer vertrouwen te krijgen in fases die ongemakkelijk voelen. Een periode van stilstand of van “niets doen” voelt dan niet als “verkeerd”, maar ervaar ik als een winterfase waarin ondergronds iets gebeurt. Het maakt niet uit hoelang zo’n fase duurt. Er zijn zaden in de natuur die vele jaren in de aarde wachten totdat de tijd rijp is om te ontkiemen. De papavers in mijn moestuin bijvoorbeeld die om de twee jaar boven de grond uitkomen.

Innerlijke en uiterlijke werelden spiegelen elkaar. Alles maakt deel uit van één groter geheel. Dat geeft mij een gevoel van verbinding, troost, betekenis, nederigheid en vertrouwen in mijn eigen innerlijke processen.

Ik hoop dat mijn verhalen jou uitnodigen om de natuur ook op die manier te ervaren.

Jacqueline van Kester